Spaghetti carbonara — de echte versie
Geen room, geen knoflook, geen onzin. Alleen eieren, guanciale, pecorino en een goede techniek. Dit is carbonara zoals het hoort.
Carbonara is een van die gerechten die iedereen denkt te kennen maar bijna niemand goed maakt. Het geheim zit niet in een speciaal ingrediënt — het zit in de temperatuur. Te heet en je hebt roerei. Te koud en de saus wordt niet romig. Het is een kwestie van gevoel.
Ingrediënten (voor 2 personen)
- 200 g spaghetti
- 100 g guanciale (of pancetta als je het niet kunt vinden)
- 3 eidooiers + 1 heel ei
- 60 g pecorino romano, fijn geraspt
- Zwarte peper, vers gemalen
- Zout (voor het kookwater)
Bereiding
- Kook de spaghetti in ruim gezouten water, twee minuten korter dan de verpakking aangeeft.
- Snijd de guanciale in blokjes en bak op middelhoog vuur tot het knapperig is. Zet het vuur uit.
- Klop de eidooiers, het hele ei en de pecorino door elkaar. Voeg royaal zwarte peper toe.
- Schep de pasta direct uit het water bij de guanciale in de pan. Voeg een scheutje kookwater toe.
- Haal de pan van het vuur. Voeg het eimengsel toe en roer snel tot een romige saus. Serveer meteen.
"Carbonara heeft geen room nodig. Het ei en de kaas maken de saus — als je de temperatuur goed hebt." — Marco
Het kookwater is je geheime wapen. Het zetmeel in het water helpt de saus binden en zorgt dat alles samenhangend is. Begin met een klein scheutje en voeg meer toe als de saus te dik wordt.