Die ene perfecte zaterdag in Haarlem
Geen agenda, geen verplichtingen — gewoon fietsen, koffie drinken en kijken waar de dag naartoe gaat. Zo begon mijn favoriete dag van dit jaar.
Het was een van die aprilzaterdagen waarop de lucht nog fris is maar de zon al echt schijnt. Ik pakte mijn fiets, stopte mijn jas in mijn tas en reed zonder plan het centrum in. Bij de Grote Markt was het al druk — kraamhouders, mensen met koffie, een straatmuzikant die vrolijk wat gitaar speelde.
Bij mijn favoriete koffietentje aan de Smedestraat nam ik een cappuccino en een stuk appeltaart. De eigenaar kende me al: "De gebruikelijke?" Dat soort kleine dingen maken een buurt tot thuis.
De Haarlemse markt
Even later liep ik langs de kramen op de Botermarkt. Verse tulpen voor twee euro per bos, boerenkaas waar je een gratis hapje van krijgt, en een tweedehandsboekenkraam waar ik een oud fotoboek over de stad vond.
"Haarlem is klein genoeg om te kennen en groot genoeg om te blijven ontdekken." — Opgeschreven op een tegeltje in een cadeauwinkel, maar het klopt echt
Halverwege de middag fietste ik naar de Kennemerduinen. Het pad door de duinen was zacht van het zand, en het rook naar dennen en zee. Op de top van een duin zat ik een tijdje gewoon te kijken — over de stad, over het land, naar de streep blauw aan de horizon.
Avond in de stad
Terug in de stad sprak ik af met Mira voor een borrel. We deelden een plankje met kaas en olijven op een terras aan de Nieuwe Gracht. Het gesprek ging over van alles en niets, zoals goede gesprekken gaan.
Op de fiets naar huis dacht ik: dit zijn de dagen die je bijhoudt. Niet omdat er iets bijzonders is gebeurd — maar omdat alles gewoon heel erg goed was.